wdsi: dienst voor pleegzorg

 

home

pleegzorg

onze dienst

contact

bibliotheek

jaarverslag

activiteiten

WDSI-TJE

meest gestelde vragen

links

 

 

 

begeleiding

selectie | personeel | begeleiding |
kwaliteit | vlaams agentschap | klachtenprocedure | decreet rechtspositie minderjarigen

Onze begeleiding is anders in de verschillende fases van een pleegzorgsituatie. Maar elke begeleiding is gebaseerd op dezelfde fundamentele waarden. De persoon met een beperking staat centraal en heeft recht op maximale ontplooiingskansen. De verbondenheid met de eigen gezinscontext verdient ons respect, ongeacht de oorzaken van de problemen. Wij benaderen onze vrijwillige medewerkers met grote waardering voor hun inzet. Hun rol als vrijwilliger moeten wij, op zijn minst gedeeltelijk, los kunnen zien van hun eigenheid en hun privacy als persoon of als gezin.

Bij de invulling van deze waarden hanteert onze dienst een pluralistische visie op mens en maatschappij. We hebben ook aandacht voor gebruikersrechten en voor de kwaliteitseisen die eigen zijn aan onze sector.

Vooraleer er sprake kan zijn van een effectieve opname in een pleeggezin of een gastgezin, is er al heel wat begeleidingswerk achter de rug.

 



Na het afsluiten van de onthaalperiode begint onze eigenlijke begeleiding, die in principe altijd steunt op de werking van ons team. Via de voorbereiding leren de teamleden het gezin en het kind of de gast kennen. De begeleider blijft de rode draad in de begeleiding en volgt regelmatig elke situatie op. De psychologe/orthopedagoge kan onderzoeken doen of gesprekken hebben met een van de partijen.

Bij een opname in het familiale of sociale netwerk worden uiteraard andere accenten gelegd op vlak van onderzoek en voorbereiding. Hetzelfde geldt voor reeds bestaande situaties of voor overname van een begeleiding, bijvoorbeeld van een collegiale dienst uit de Bijzondere Jeugdzorg.

 

Bij afronding van de pleegzorg is het wenselijk om zowel bij een terugkeer naar huis als bij een overgang naar een andere voorziening deze stop zo goed mogelijk voor te bereiden. Deze werkwijze is ook belangrijk voor jongeren die zelfstandig gaan wonen. In al deze gevallen is de dienst verantwoordelijk voor ofwel een goede doorverwijzing ofwel voor een beperkte vorm van nazorg.